De vervelende drieploegendienst, er zijn alternatieven

Eén van de zwaarste roosters die we kennen is de drieploegendienst. Het is een rooster van drie weken waarin 5 ochtenddiensten worden gevolgd door 5 nachtdiensten en daarna 5 avonddiensten. Met dit rooster wordt per week een bedrijfstijd van circa 120 uur gerealiseerd. Het is een vaak gekozen tussenweg tussen de relatief dure vijfploegendienst met 168 uur bedrijfstijd en de tweeploegendienst met circa 80 uur bedrijfstijd. Maar zijn er nog andere alternatieven?

Ongezond rooster

Het rooster heeft zijn gezondheidskundige bezwaren. Het rooster kent weinig hersteltijd, na de reeks van 5 nachtdiensten volgt al na een paar dagen de reeks van avonddiensten. Ook klagen ploegendienstmedewerkers vaak over de lange reeks van ochtenddiensten. In veel opzichten schurkt het drieploegendienstrooster aan de grenzen van wat binnen de Arbeidstijdenwet nog is toegestaan. Vanuit het oogpunt van duurzame inzetbaarheid is er alle reden de drieploegendienst kritisch te bekijken.

Alternatieven voor de drieploegendienst

Het is vaak mogelijk om af te zien van de toepassing van een drieploegendienst. Daarbij is het goed om de volgende vragen te stellen:

  1. Is het vanuit het productieproces noodzakelijk om in aansluitende diensten te werken? Als dat niet het geval is bekijk dan eens of er alternatieve roosters waarin geen nachtdiensten zijn opgenomen zijn. Zie voor varianten bijvoorbeeld de website Ploegenroosters: 3-ploegendienst. Daarin staan roosters met een bedrijfstijd van 120 uur zonder nachtdiensten of met maar een beperkt aantal nachtdiensten.
  2. Moet de bezetting in elke dienst hetzelfde zijn? Overweeg anders of met een combinatie van een tweeploegendienst en een vier- of vijfploegendienst niet hetzelfde productievolume kan worden gerealiseerd
  3. Zijn er voldoende werkplekken om meer medewerkers in de vroege of late dienst in te zetten? In dat geval kan misschien worden overgegaan naar een tweeploegendienst.  Andersom kan ook, overgaan naar gezondere een vier- of vijfploegendienst met minder medewerkers per ploeg.
  4. Zijn de medewerkers ook inzetbaar op andere afdelingen met een ander rooster? Kijk dan of het mogelijk is de roosters samen te voegen, zodat het uiteindelijk een minder zwaar rooster wordt.
  5. Kan geleidelijk aan overgegaan worden naar een bezetting met uitsluitend parttimers? Dat is er meer ruimte voor herstel. Hetzelfde kan ook worden gerealiseerd door de financiële ploegentoeslag om te zetten in een toeslag in extra vrije tijd.

Zeker als de medewerkers in ploegendienst wat ouder worden is de drieploegendienst soms een te belastend rooster. Bij een kritische analyse van het proces, het rooster en de arbeidscontractenmix zijn er vaak betere alternatieven te vinden voor de drieploegendienst.